grotte_de_trabuc_vasquesDe Waterbekkens

We glippen achter het Olifantenoor langs en volgen het water. De pendelogue du Gong, een nog active druipsteenformatie, zet zijn druppels geladen met calciet zo snel af dat er calciet in het water blijft en deze geeft druipsteenstromen die verderop overgaan in waterbekkens. Deze bekkens of “gours” vullen zich en verdampen op het ritme der seizoenen. Het is elke keer weer verbazingwekkend hoe helder het water is, ondanks de lichte sluier van het calciet dat erop drijft.

De randen van de goed zichtbare waterbekkens vormen zich namelijk dankzij de drijvende druipsteenkristallen die zich in monokristallen lagen op het oppervlak van het oververzadigde water vormen.
Laagje voor laagje groeit de dam doordat het water er overheen stroom en zo wordt de “gour” steeds dieper. Soms wordt de laag druipsteenkristallen te zwaar en zinkt, waardoor op de bodem van de bekkens een soort parels ontstaan.

Als de droogte intreedt, ontstaan op de bekkenwanden kleine heuvelachtige druipsteenvormen, die de speleologen “bloemkooltjes” noemen.