grotte_de_trabuc_couloirDe Grote Gang

Als we de waterbekkens verlaten, komen we in de Grote Gang en het plafond wordt hoger.

Rechts streelt het licht druipsteenstromen. Aan het plafond hangen de zgn. fistuleuses (slierten) die veelal “macaroni” worden genoemd. Ze onstaan rondom een druppel water rijk aancalciumcarbonaat, dat aan de rand van de druppel kristallen vormt en zo een buis doet ontstaan. Deze buisjes groeien zeer snel. Men herkent “levende” fistuleuses aan hun bijna doorzichtige buis; degenen die niet meer groeien, hebben een aardekleur.

Een stalactiet en een stalagmiet zijn op weg elkaar te onmoeten. Een tafereel dat de toeschouwer altijd plezier doet.

Luchtstromen en tocht verplaatsen de formatie. Het opdrogende gedeelte van de druppel wordt door tocht naar de zijkant van een stalactiet geblazen. Het ist frappant dat de fistuleuses niet worden beïnvloed door tocht. Dit komt doordat de druppels extreem langzaam druppelen en de luchtstroom er geen invloed op heeft omdat de druppel ingepakt zit in de stenen buis; de groeirichting verandert dus niet.

Aan het eind van de Grote Gang zijn weelderige pendeloquen (hangers) die nog beter uitkomen door de verlichting. Als ze opdrogen, schitteren de facetten van de druipsteen kristallen als diamanten.